
Even de virtuele handjes omhoog wie overvallen wordt door jeugdsentiment als ik het heb over het tekenen met waskrijt van Crayola, of heerlijk krijten op straat.
Begin van dit jaar was ik bezig met het voorbereiden van een workshop tekenen, en daarvoor was ik bezig met het uitzoeken van de geschiedenis van het potlood. Een leuk onderwerp. Bijzonder vond ik om te lezen dat waar we in Europa kleuren in onze kindertijd associëren met kleurpotloden, doen ze dat in de Verenigde Staten met krijtjes.
In Rotterdam heb ik onlangs een setje oliepastelkrijtjes gekocht van het merk Panda, en sindsdien ben ik mij verder aan het verdiepen in de wereld achter het krijtje. En daarbij kom ik onder meer terecht in Japan.
Alweer een paar jaar terug kreeg ik een geweldige doos geschonken vol met soft pastelkrijt van het merk Rembrandt. Pastel bestaat uit een of meerdere fijngemalen pigmenten, een verpulverde witte vulstof zoals calciumcarbonaat of kaolien, en een zeer kleine hoeveelheid bindmiddel Arabische gom of tragantgom. Deze stoffen worden gemengd en gerold tot kleine staafjes. De staafjes moeten daarbij voldoende consistentie hebben om vastgepakt te kunnen worden, maar moeten ook weer eenvoudig kunnen verkruimelen als je er ergens mee overheen strijkt.
Leonardo da Vinci vermeld in 1495 dat de Franse kunstenaar Jean Perreal krijt maakt, in de moderne zin. In de achttiende eeuw bloeit het gebruik van pastel op, voor portretschilderingen is dan de gemengde pastel-gouache technniek populair, en in de negentiende eeuw bloeit het nogmaals op als de industriële productie van pastelkrijt op gang komt.

Kanae Jamamoto: ‘leren zonder meester’
De oorsprong van het verhaal achter het oliepastelkrijt ligt in het Japan van na de Eerste Wereldoorlog. De Japanse onderwijshervormer Kanae Jamamoto pleitte voor een versoepeling van het strakke Japanse onderwijssysteem dat volgens hem te veel was gericht op het kritiekloos overnemen van de leerstof, en dan vooral door middel van imitatie. Hij kwam met de methode Dzjijoe-ga, het ‘leren zonder meester’, die hij uitlegde in zijn boek Theorie van de Zelfexpressie.
Twee onderwijzers waren fanatieke aanhangers van deze methode, Rinzo Satake en Sjoekoe Sasaki, en zij stelden aan Jamamoto voor om een deel van de uren die Japanse kinderen toen moesten besteden aan het met zwarte Oost-Indische inkt nabootsen van ideogrammen zouden gaan opvullen met vrije tekenuren in een zo kleurig mogelijke en niet waterig medium. Eerst werd er het gewone pastelkrijt waar bijvoorbeeld Leonardo da Vinci. Dat krijt is echter heel poederig en hecht niet aan het gladde papier dat bij de schrijflessen in de Japanse scholen er gebruikt. En de scholen hadden geen budget voor twee soorten papier.
Van waskrijt naar oliepastelkrijt
Er werd besloten om een betere versie te ontwikkelen van waskrijt, krijt zoals Crayola. Nadat de eerste proefnemingen in 1921 met succes waren afgerond richtten Rinzo en Sjoekoe het bedrijf Sakura Cray-Pas Company op. Met dat bedrijf konden ze zich gaan richten op de massaproductie van het nieuwe tekenmateriaal. Even een side-note: ik werk veel met de fineliner Pigma Micron waar een inkt in zit die bij direct droog is en bovendien waterbestendig is. Deze fineliners worden ook door Sakura geproduceerd.
Waskrijt heeft een eenvoudige samenstelling. Het bestaat of uit gekleurde was of uit was gemengd met pigment. Het aanbrengen van twee lagen waskrijt over elkaar heen is niet mogelijk en kleurovergangen kan je alleen door middel van arcering bereiken. Daarom werd er olie aan het krijt toegevoegd en zo ontstond in de jaren twintig oliepastelkrijt.

Oliepastelkrijt bestaat uit was (meestal paraffine), olie (kokosolie of minerale olie), natuurlijke talg of stearine (een vet), een oplosmiddel (glycerol), een stabilisator en pigment. In sommige gevallen wordt een staaf calciumcarbonaat, dat dan dient als vulstof, geïmpregneerd met deze ingrediënten.
Sakura zorgde er voor dat kunstenaars meteen aan de slag gingen met oliepastelkrijt en in de jaren dertig werd het veel door de experimenterende Avant-garde kunstenaars gebruikt. Een van hen was Pablo Picasso. Toen hij in 1947 niet aan het Japanse oliepastelkrijt kon komen, vroeg hij aan het bekende Franse bedrijf Sennelier om dit soort krijt te gaan ontwikkelen.
Mijn eigen nieuwe plannen
Naast dat ik het hartstikke leuk vind om voor deze verhalen in de achtergronden van tekenmaterialen te duiken, leer ik zo ook hoe ik al die materialen kan gebruiken in mijn eigen tekenwerk. En tijdens het schrijven van deze verhalen komen er vaak ideeën bij mij op voor experimenten die ik wil gaan uitvoeren.
Ik teken veel met Polychromos kleurpotloden. Dat zijn kleurpotloden op oliebasis. Ik ben nieuwsgierig of het mogelijk is om eerst een tekening met deze kleurpotloden te maken, en er vervolgens met oliepastelkrijt overheen te gaan. Oliepastelkijt kan je, net als bij verf, dik aanbrengen waardoor er een impasto effect ontstaat. Als dat lukt, geeft dat denk ik een gaaf resultaat.
Daarnaast heb ik een paar weken terug oliepastelkrijt van het merk Panda van Royal Talens gekocht. Wat ik tot nu toe heb begrepen is dat de kwaliteit van dit merk geschikt is voor het maken van studies. Het krijt van Sennelier is nog altijd verkrijgbaar in de winkel en van wat ik lees, staat deze oliepastelkrijt nog altijd hoog aangeschreven bij kunstenaars. Ik ga er een beginnersset van kopen en kijken wat het resultaat is als ik met oliepastelkrijt van Sennelier aan de slag ga. Als ik het in mijn bezit heb, en het heb getest kom ik er zeker weer op terug!
Bronnen: